Hinkelen: kinderachtig? Nou, kom maar eens doen!
Er zijn spellen die je als kind gedachteloos deed en waar je als volwassene ineens met een mengeling van zelfoverschatting en kuitkramp op terugkijkt. Hinkelen is daar een perfect voorbeeld van. Want eerlijk is eerlijk: het ziet er ontzettend onschuldig uit. Een paar vakken op de grond, een steentje, een beetje springen. Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, verrassend moeilijk dus. Vooral als je met je volwassen zelf denkt dat je dit “heus nog wel even kunt”. Spoiler: dat kun je misschien ook. Maar niet zonder gezichtsexpressies waarvan je dacht dat je ze achter je had gelaten in groep 4.
Hinkel de pinkel en gáán
Het mooie aan hinkelen is dat het geen ingewikkeld spel is. Je hebt geen handleiding van twaalf pagina’s nodig, geen sporthorloge en geen warming-up met weerstandsbanden. Je hebt een hinkelbaan nodig, een steentje en een klein beetje lef.
Je gooit het steentje in een vak, je hinkelt eromheen, je probeert niet op de lijnen te stappen en op de terugweg raap je dat steentje weer op alsof dit allemaal heel logisch is. Ondertussen probeert één been het werk te doen, terwijl de rest van je lijf vooral druk is met niet omvallen.
En toch: zodra je begint, snap je weer precies waarom dit zo leuk is.
Ouderwets simpel, verrassend inspannend
Hinkelen heeft iets geniaals. Het is simpel genoeg om meteen te beginnen, maar lastig genoeg om er fanatiek van te worden. Je wilt het nog een keer proberen. En nog een keer. En dan ineens wil je bewijzen dat jij prima in vak zeven kunt landen zonder die lijn te raken, ook al heeft niemand daarom gevraagd.
Dat is het gevaar van hinkelen. Voor je het weet ben je bloedserieus bezig met iets dat eruitziet alsof het met stoepkrijt en een verdwaald kiezelsteentje is begonnen.
Ook grote jongens en meisjes mogen gewoon hinkelen
Laten we daar meteen even duidelijk over zijn: hinkelen is niet alleen voor kinderen. Grote jongens en meisjes zijn van harte welkom om mee te doen. Juist zij.
Sterker nog, wij vinden dat volwassenen veel vaker zouden moeten hinkelen. Omdat het grappig is. Omdat het heerlijk is. Omdat het je meteen uit je hoofd haalt. En ook omdat het buitengewoon vermakelijk is om iemand van 38 bloedfanatiek een steentje uit vak 4 te zien vissen zonder zijn evenwicht te verliezen.
Dat laatste is overigens lastiger dan het klinkt.
Hoe ging het ook alweer?
Voor iedereen die denkt: ja leuk, maar hoe moest het ook alweer precies?
Heel simpel. Je gooit een steentje in het eerste vak. Dan hinkelt je ernaartoe zonder in dat vak te landen. Je gaat de baan door, draait om, komt terug en raapt het steentje op. Daarna is vak twee aan de beurt. Dan vak drie. En zo werk je de hele baan af, totdat je óf gewonnen hebt óf ontdekt dat je enkel daar toch een ander plan mee had.
Op sommige stukken land je op één been, op andere op twee voeten, afhankelijk van hoe de baan is getekend. Het spel is dus eenvoudig, maar je waardigheid blijft nergens gegarandeerd.
Wat waren toch ook alweer de hinkelliedjes
Vroeger hielden we het niet bij alleen een hinkelbaan. Daar hoorde natuurlijk ook een rijmpje bij. Bijvoorbeeld: “Hinkel de pinkel, daar komen wij aan / wij hebben geen kousen of schoenen meer aan / met de handen op de rug / hinkel de pinkel en dan weer terug.” En eerlijk is eerlijk: dat is precies zo’n tekst waarvan je eerst denkt wat heerlijk ouderwets, en vijf seconden later hoor je jezelf het toch hardop zeggen terwijl je probeert niet naast vak 3 te landen.
Wat is er goed aan?
Nou, om te beginnen: je bent in beweging zonder dat het als sporten voelt. Je werkt aan balans, coördinatie, timing en het vermogen om je lichaam heel snel te corrigeren als je dacht dat je steviger stond dan daadwerkelijk het geval bleek.
Maar belangrijker nog: het is gewoon ontzettend leuk.
En dat is soms al reden genoeg.
Niet alles hoeft verpakt te worden als zelfoptimalisatie. Soms mag iets ook gewoon goed zijn omdat je er moet lachen, er fanatiek van wordt en erna denkt: oké, nog één keer dan.
Goed nieuws: bij Blijf Spelen! komen hinkelbanen
Ja hoor, natuurlijk komen die er. Bij Blijf Spelen! zullen hinkelbanen gewoon aanwezig zijn. Want sommige dingen zijn te leuk om achter te laten op het schoolplein van vroeger. En hinkelen hoort absoluut in die categorie. Dus aan alle grote jongens en meisjes: kom straks gerust langs om te laten zien dat je het nog kunt. Of om erachter te komen dat je het vooral heel graag wilt kunnen. Allebei prima.
Tot slot
Hinkelen is het levende bewijs dat je met bijna niks een geweldig spel kunt hebben. Een paar vakken, een steentje en een overschot aan zelfvertrouwen zijn vaak al genoeg.
Dus onderschat het niet.
En oefen desnoods alvast een beetje.
Niet omdat het moet.
Wel omdat het kan